Eind december was ik in Berlijn. Dat was voor mij de vierde keer, twee keer voor Die Wende en twee keer erna. Het blijft apart om over de Potsdamer Platz te lopen, wat aan het begin van de vorige eeuw een druk plein was, daarna even een leeg ‘gat’ en nu weer een druk plein. Over veranderingen gesproken.
In het kader van de reis ben ik het boek Berlijn 1989-2009 van Cees Nooteboom gaan lezen (een bundel van zijn Berlijnse Notities). In een stukje van 2 juni 1990, net na de verkiezingen en het staatsverdrag tot de hereniging van Duitsland, schrijft Nooteboom over zijn standpunt in de discussie over snel of langzaam veranderen:
“Een verlangzaming van het proces zou niets hebben opgelost en de dissonanten en conflicten alleen maar hebben verscherpt. De problemen die er zijn gaan toch niet weg, maar met hoeveel verbittering die ook uitgevochten zullen worden, het is beter dat in een kader te doen dat voor de meerderheid aanvaardbaar is, zodat het staketsel tenminste staat. Als je bedenkt tot wat voor modderigheid, ressentiment, woede en angst een aarzelend beleid gevoerd zou hebben kun je het met deze regering alleen maar eens zijn dat ze snel gehandeld heeft.”
Kunnen we deze opvatting van Cees Nooteboom gebruiken in de grote omslag die in de jeugdzorg de komende jaren gemaakt moet worden? Snel doorpakken binnen aanvaardbare kaders in plaats van een langzaam proces?
[Bron: Nooteboom, C. (2010) Berlijn 1989-2009. Amsterdam, de Bezige Bij. p.246]
