We leven in een tijd waarin elke hulpvraag bijna per definitie «complex» is. In een eerder bericht schreef ik daar al over:
“De problemen van de cliënten in de maatschappelijke zorg worden niet complexer, wij begrijpen ze niet meer omdat we te eenzijdig/ondubbelzinnig geworden zijn. Die eenzijdigheid moeten we opheffen/verstoren.”
Om de complexiteit van problemen hanteerbaar te maken hebben we in de maatschappelijke zorg een tussenlaag gecreëerd van functionarissen die de boel bij elkaar moeten houden. Als de samenwerking tussen partijen ontbreekt is reactie bijna altijd om een aparte functionaris aan te stellen. Deze functionarissen die de tussenlaag vormen hebben mooie namen als: casemanager, zorgcoördinator, trajectmanager, klantmanager, cliëntmanager, procesmanager. De namen maken een ding duidelijk: er moet blijkbaar iets gemanaged worden. Maar wat nou precies?
