Participatie en Herstel

POORT-0

Dit is het begin van een discussie!

Op deze website presenteren we 9 punten/principes die richting kunnen geven aan participatie en herstel van kwetsbare mensen — in de buurt, volgens een persoonlijk plan. Het is de voorlopige uitkomst van een project met cliëntenvertegenwoordigers, zorgverleners, beleidsmedewerkers en bestuurders. De verschillende pagina’s zullen we de komende tijd uitbreiden met verhalen, voorbeelden en ‘instrumenten’.

 


Inleiding

Iedereen zal de doelstelling van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de beleidsdoelen op het gebied van participatie onderschrijven. Maar inmiddels worden we (opnieuw) geconfronteerd met mensen die tussen wal en schip vallen. Actueel is de toename van het aantal ’verwarde personen’ op straat. Vanuit het veld komen bovendien signalen over jongeren met een licht verstandelijke beperking, justitiabelen, nieuwe (economisch) daklozen, illegalen, etc. Het verschil tussen beleidsvoornemens en de praktische werkelijkheid in het sociale domein, is de aanleiding voor een verkenning geweest.

Casus ter illustratie

De beschrijving van de casus Wouter – hieronder – gaat over wat men tegenwoordig noemt ‘een verward persoon’ en staat op de website van GGZtotaal [1]. Het einde van deze casusbeschrijving geeft een idee van de relatief eenvoudige ‘interventies’ die een belangrijke preventieve werking hebben – dat is een rode draad van wat hierna komt en op de overige pagina’s in deze reeks Op Weg naar Participatie en Herstel.  [Klik voor vergroting.]

Schermafbeelding 2015-11-10 om 10.52.52

In het voorjaar van 2015 hebben we een reeks gesprekken gevoerd met cliëntenvertegenwoordigers, beleidsmakers en behandelaars en op 25 juni 2015 volgde een expertmeeting om de eerste verkenning te verdiepen. Uit de gespreksronde en expertmeeting blijkt dat het hiaat tussen de ondersteuning vanuit de buurtteams en de specialistische zorg een reëel risico vormt om tussen wal en schip te vallen. Ook de aansluiting tussen de sociale ondersteuning door de buurtteams enerzijds en de uitvoering van de participatiewet (dagbesteding, werk, inkomen) en de gemeentelijke schuldhulpverlening anderzijds, laat te wensen over. Tot slot is de toegang tot de gemeentelijke (maatwerk-)voorzieningen en specialistische zorg bureaucratisch georganiseerd. Daardoor vergt het beroep op de voorzieningen voor sociale en materiële ondersteuning de nodige kennis, administratieve vaardigheden en ook een stevig sociaal netwerk.

Nu de veranderingen in de zorg en het sociale domein ruim een half jaar van kracht zijn, signaleren we [2] dat:

  1. Er altijd mensen zijn die, om wat voor reden ook, onvoldoende kunnen participeren in de samenleving, zich (nog) onvoldoende zelfstandig kunnen redden;
  2. Dat deze kwetsbare mensen door de veranderingen in het sociale domein extra risico lopen om tussen wal en schip te vallen, omdat:
    • er (nog) teveel wordt uitgegaan van zelfredzame burgers met een duidelijke hulpvraag;
    • er (nog) te weinig vanuit de leefwereld van mensen (cliënten) wordt gedacht en te veel vanuit aanbod en voorzieningen;
    • de veranderingen in de praktijk langzaam hun beslag krijgen, waardoor nog niet alles goed is geregeld – kwetsbare mensen zijn daar als eerste de dupe van zijn.
  3. Kwetsbaarheid een ruim begrip is: het gaat niet alleen om mensen met een ernstige psychiatrische aandoening, verwarde personen, of de OGGz-doelgroep, maar ook bijvoorbeeld jongeren met beperkte verstandelijke vermogens of dementerende ouderen.

De risico’s en ervaringen van kwetsbare mensen zijn een aanknopingspunt om de zorg en ondersteuning te verbeteren, zodat iedereen – ook de meest kwetsbare mensen – toegerust worden om te participeren. Dat willen we niet voor hen, maar samen met hen doen. Zodat eigen kracht benut wordt en daadwerkelijk betekenis krijgt. Zodat iedereen, ook degenen die (nog) niet zelfredzaam zijn, de kans krijgen op een zo zelfstandig mogelijk bestaan (… en er minder mensen verward hoeven te raken).

Opgave

Alleen samen met de cliënt zelf kan de gewenste en benodigde (sociale en materiële) ondersteuning en specialistische zorg goed worden vormgeven. Zo kan een cliënt zijn of haar kansen op participatie ook echt benutten en krijgt de term ’eigen kracht’ ook werkelijk betekenis. Dit uitgangspunt impliceert twee duidelijke organisatorische opgaven:

  1. Realiseren van integrale ondersteuning, d.w.z. zowel psychosociale ondersteuning als materiële ondersteuning — zoals werk, financiële dienstverlening en huisvesting. Dit gaat m.n. over integraal 3D-werken binnen een sociaal wijkteam en de link met andere gemeentelijke loketten/diensten.
  2. De aansluiting tussen de ondersteuning vanuit de gemeentelijke wijkteams en de specialistische zorg of behandeling, tussen generalisten en specialisten, ofwel: de aansluiting tussen Wmo/gemeente/ondersteuning en de Zvw/zorgverzekeraars/ behandeling. Dit is inclusief het regelen van de toegang tot (en toeleiding naar) specialistische ondersteuning en zorg/behandeling.

De navolgende 9 punten geven richting voor deze verbetering van de zorg en ondersteuning.  Een rode draad daarbij is het begrip toerusten [3] :

  • beter toerusten van cliënten voor een zo groot mogelijke zelfredzaamheid;
  • beter toerusten van hulpverleners om hun werk naar beste inzicht te kunnen uitvoeren;
  • beter toerusten van de buurt om de participatie van de bewoners te maximaliseren.

Dit vraagt van alle betrokken partijen een koersverandering. Voor cliënten betekent dat een actieve(re) rol in de zorg en ondersteuning; voor mantelzorgers en hulpverleners een actief faciliterende rol. Dat kan alleen als beleidsmakers en inkopers het lef hebben om hen deze ruimte te geven.

Vervolg discussie

In de maand oktober publiceren we op deze website elke dinsdag en donderdag een van de 9 punten. Dat doen we voor elke van de punten op een aparte pagina (via menu toegankelijk).

Onder elke pagina staat een reactieformulier. Gebruik het om je mening te geven, ons op nieuwe ideeën te brengen of te corrigeren. De reacties verwerken we op deze website. We horen graag!

De volgende punten zullen aan de orde komen:

  1. Aansluiten bij leefwereld
  2. Eerder = beter
  3. Ruimte voor maatwerk
  4. Expertise aan de basis
  5. Financiering volgt de behoefte
  6. Lef en verantwoordelijkheid
  7. Leren van fouten
  8. Samenwerking organiseren
  9. Positieve resultaten, voor cliënten, hulpverleners èn financiers.

Bovenstaande punten gelden voor iedereen – niet alleen de meest kwetsbare burgers die wij voor ogen hebben. Deze punten leiden niet tot fundamenteel ander beleid; het is vooral een aanzet om ’er een tandje bij te zetten’ zodat ook de meest kwetsbare burgers toegerust worden op participatie en herstel.

 

Noten

[1] eMagazine GGZtotaal over verwarde personen, veiligheid en zorg.

[2]  Zie voor toelichting en argumentatie de achtergrondnotitie Exit OGGz.

[3]  Het praktische begrip toerusten, als tegenhanger van wensdenken in morele termen, ontlenen we aan de videoboodschap van Pauline Meurs op de conferentie Volwaardig Burgerschap en Psychiatrie (4 september 2015).

 

>>> GA verder  >>>POORT-1

 

Organisaties bewegen door doen en door denken.