
Pfeffer en Sutton pleiten in hun artikel Evidence-Based Management voor de beoefening van management op basis van bewezen interventies. Als voorbeeld nemen ze de medische wetenschap, waar evidence-based medicine een sterke ontwikkeling doormaakt.
Net als dokters hebben professionele managers de neiging om geen gebruik te maken van bewezen praktijken.
Managers maken gebruik van verouderde kennis (ooit geleerd op school), vertrouwen meer op de eigen ervaring en waarneming dan op de afstandelijke informatie in een tijdschrift of rapport, doen vooral waar ze zelf goed in zijn (de eigen specialistische kennis en kunde), laten zich leiden door hype en marketing, besluiten vaak op basis van dogma’s en overtuiging, en nemen klakkeloos zogenaamde ‘succesverhalen’ en ‘benchmarks’ over. De kennis en de kunde van de manager — de eigen deskundigheid — zorgt er voor dat zij niet meer actief zoekt naar de feiten en bewijzen die een voorgestelde interventie of aanpak onderbouwen.
Pfeffer en Sutton stellen de volgende eisen aan evidence-based management:
- Vraag altijd eerst het bewijs dat onderbouwt dat voorgestelde interventie ook werkt;
- Onderzoek de logica van het geleverde bewijs (is het bewijs deugdelijk en past het ook in onze situatie?)
- Neem de organisatie als een prototype (zoek bevestiging voor het bewijs in de eigen organisatie via experimenteren)
- Omarm wijsheid als grondhouding (handel op basis van wat je weet en twijfel tegelijkertijd aan de eigen kennis).
Dit alles komt dicht in de buurt van mijn gedachten achter het doenendenkenproces (DDP). Alleen zou ik de eerste eis willen veranderen in “Vraag altijd eerst zoveel mogelijk bewijs ….”. Soms vraagt een situatie om actie zonder dat daarvoor veel bewijs te vinden is, dan begin je dus met experimenteren (doe-leren) en volgt de formulering van het bewijs (denk-leren).
Bron: Pfeffer, J. & Sutton R.I. (2006) Evidence-Based Management. In: Harvard Business Review, 84 (1): pp.63-74.
Wikipedia over Evidence-Based Medicine