Transformatie Sociale Domein (opmaat)

NRC01072015

 

Eind 2014 had ik een begin van een blog over mijn eigen ervaringen in de transitie jeugdzorg, maar ik had het te druk met werken en daarom is deze nooit afgemaakt en geplaatst. Nu gebruik ik deze tekst als opmaat voor een serie blogs over de transformatie van het sociale domein.

“Het is inmiddels algemeen bekend dat de transitie in de maatschappelijke (jeugd)zorg een grote veranderopgave is. Het raakt veel cliënten, het gaat om veel geld en het is ingewikkelde materie – doordat het in de jaren hiervoor zo ingewikkeld gemaakt is, met verschillende financieringsstromen, vele ’kokers’ en ’schijven’, een bijna ondoordringbare bureaucratie, enzovoorts (zie eerdere blogberichten). Deze ingewikkelde opgave wordt niet gemakkelijker gemaakt door de onduidelijke informatie, te late informatie en ontbrekende informatie … over geld, over aantallen cliënten, over wat nu wel of niet overkomt (denk aan de ’vergeten groep’), enzovoorts. Voor zover mijn ervaringen rijken en ik kan zien, doen alle betrokken instellingen, ambtenaren en externe adviseurs hun best om de transitie te laten slagen. Maar dat is niet vanzelf ook genoeg.

De laatste weken is in het nieuws dat de gemeenten opnieuw de deadline voor de transitie jeugdzorg niet halen. Het is het merendeel van gemeenten niet gelukt om vóór 1 november de contracten met jeugdzorginstellingen te tekenen. Voor sommigen is dit het bewijs voor de onkunde van gemeenten (“Zie je wel, ze hebben er geen verstand van.”). Ik denk dat er iets anders aan de hand is, dat de materie nog ingewikkelder is dan we op voorhand dachten en dat de veranderopgave onderschat is: door het Rijk, door de VNG … en ook door mijzelf.

Van een afstand, met wat kennis van verandermanage-ment, lijkt het allemaal niet zo ingewikkeld en kom je er met wat algemene handreikingen van de VNG wel – denk je vooraf. Niet dus.

Neem de transitie jeugdzorg, die is het meest ingewikkeld omdat daar verschillende systemen samenkomen (Zvw, Awbz en provinciale jeugdzorg). Alleen al proberen te doorgronden welke producten/prestaties op dit moment worden geleverd en dit goed opnemen/vertalen in het inkoopproces, op zo’n manier dat de cliënt de hulp blijft krijgen die nodig is, dat de gemeenteraad ook begrijpt waar het over gaat, dat het juridisch klopt en dat het totaal financieel binnen budget blijft. Dat – allemaal samen – is al uitermate lastig te realiseren. Als er dan ook nog meer bezuinigd moet worden dan vooraf gedacht, wordt de klus bijna onmogelijk. Dan is alleen een transitie onvoldoende en moet je tegelijkertijd gaan transformeren … maar het ontbreekt aan tijd om dat goed uit te denken en voor te bereiden. Het resultaat is dat er alleen bezuinigd wordt, met enkele procesafspraken voor 2015 over monitoren, bijstellen en eventueel herverdelen.”

Dat was november 2014, nu is het juli 2015. Het is een half jaar geleden sinds de transitie, de decentralisatie van taken in het sociaal domein naar gemeenten. Dat was een grote operatie, maar nog niet de hele verandering die nodig is om het gewenste resultaat te bereiken – en daarmee bedoel ik niet de gebrekkige inplementatie van de transitie, zoals het PGB-drama. Na de transitie is er nog een transformatie nodig, dat gaat meer over de verandering van de inhoudelijk uitvoering van taken, kort gezegd realiseren dat er echt ’gekanteld wordt’ en er echt sprake is van ’normaliseren’ en bevorderen van ’eigen kracht’. Dat daar nog een opgave ligt blijkt o.a. uit de volgende voorbeelden.

Recent onderzoek [1] naar de tevredenheid van het sociale domein laat zien dat op een aantal essentiële onderdelen nog veel voor verandering vatbaar is, dat sociale wijkteams nog niet de doelen realiseren waarvoor ze bedacht zijn (klik op plaatje voor vergroting).

SWT-1

Aan sociale (wijk)teams wordt een belangrijke rol toegedacht in de transfomatie van het sociale domein. Het plaatje hieronder geeft aan wat men met sociale (wijk)teams voor ogen had/heeft [2, p9]. Let op het woordje “kan”.

SWT-2

 

Onderzoek in 26 van de grootste steden in Nederland naar het functioneren van de sociale (wijk)teams concludeert dat er grote verschillen zijn, maar dat die verschillen niet voortkomen uit heldere beleidskeuzes gebaseerd op analyse van de lokale vraag/behoeften.

“De grote verscheidenheid in organisatievormen van sociale (wijk)teams die we in vooral hoofdstuk 5 van dit rapport hebben laten zien, duidt er op dat gemeenten zeer verschillende ideeën hebben over de bijdrage die sociale (wijk)teams kunnen leveren aan het succesvol organiseren van de transformaties van het sociale domein. Dat zou natuurlijk kunnen duiden op pogingen van gemeentebesturen om nauw aan te sluiten bij lokale behoeften en lokale mogelijkheden. Maar omdat er weinig gedegen analyses zijn van die lokale behoeftes en lokale mogelijkheden (de achterliggende beleidsrapporten zijn op deze punten niet erg uitvoerig), ligt dat niet voor de hand. Bovendien hebben we geconstateerd dat de kaders en uitgangspunten waarbinnen veel gemeenten werken voor de teamleiders en meest betrokken uitvoerders vaak niet helder zijn. Dat duidt er op dat veel gemeenten geen welomschreven beeld hebben van de manier waarop ze dat sociale domein willen organiseren.” [2, p85-86]

Gemeenten zijn nog niet echt toegekomen aan de transformatie, het bericht uit de NRC van gisteren (boven deze blog) laat dat ook zien. Maar de vraag is of het alleen een kwestie is van “nog niet aan toegekomen”. De transformatie vraagt een andere veranderaanpak dan de transitie. Anders gezegd: als je de transformatie wilt maken met een transitie-aanpak, dan zal dat waarschijnlijk niet de gewenste uitkomsten opleveren. Wat de verschillen zijn en wat er nodig is om de transformatie echt te maken, ga ik in de komende blogs al schrijvende onderzoeken en beschrijven. Wat dat op gaat leveren weet ik nog niet, maar ieder geval zullen aan de orde komen:

  • Bezuinigen versus ontwikkelen;
  • Episodische verandering versus continue verandering;
  • Opkomende verandering of geplande verandering;
  • Veranderen is lineair of veranderen is cyclisch;
  • Losse organisatie versus strakke organisatie;
  • Veranderen van denken en/of veranderen van handelen/gedrag;
  • Veranderen van structuren, systemen en/of veranderen van cultuur;
  • Korte termijn veranderen versus lange termijn veranderen;
  • Enzovoorts.

 

Bronnen:

[1] I&O Research (17 juni 2015) Tevredenheid zorg in sociaal domein gedaald.

[2] Oude Vrielink, M., Van der Kolk, H. & Klok, P-J. (2014) De vormgeving van sociale (wijk)teams — Inrichting, organisatie en vraagstukken.

 

One thought on “Transformatie Sociale Domein (opmaat)”

  1. Kiezen voor transformatie = Kiezen voor de Viersprong, specialist in persoonlijkheid, gedrag en gezin:
    • Alleen hoogwaardige, evidence based producten. Behandelingen die werken en hun effect behouden. Onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek.
    • Kosten-effectief: De behandelingen van de Viersprong voor kinderen en jongeren zijn een doelmatig alternatief voor dure, intramurale zorg. Samenwerken met ons betekent dus een verstandig besluit.
    • Innovatief: de Viersprong komt steeds weer met nieuwe oplossingen als de situatie daarom vraagt
    • 1 gezin, 1 plan. En: Van opsluiting naar thuis behandelen: De Viersprong werkt conform de landelijke richtlijnen en passend bij de visie op de transitie jeugdzorg: 1 gezin, 1 plan en uithuisplaatsing zoveel mogelijk voorkomen. En als het toch moet? Zo snel mogelijk weer naar huis! De Viersprong werkt hiervoor samen met gesloten jeugdzorginstellingen.

Comments are closed.