We gaan voor een maatschappelijke GGz

Vorige week was er in Arnhem een conferentie over de toekomst van de GGZ. Ik was daar niet bij, maar via Twitter kon je toch wat meerkrijgen. Zo was er een lezing van Philippe Delespaul die volgens twitteraars een pleidooi hield voor een “public mental health model” in de GGz. In zijn presentatie zat ook een plaatje met de titel “ruimte voor verbetering” (hieronder nagetekend; klik voor vergroting).

Delespaul_plaatje

 

Zoals ik al aangaf, ik was er niet bij in Arnhem, maar ik lees het plaatje als volgt. Het plaatje geeft aan wat er uitgegeven wordt aan middelen afgezet tegen de ernst van de psychische aandoeningen. De rode lijn geeft de huidige situatie weer, waarbij de klinische behandeling veel meer kost dan de ambulante behandeling. Vooral opvallend is het gat dat zit tussen de duurste ambulante behandeling en de klinische behandeling. De groene lijn geeft de ideale situatie weer, met minder dure bedden, maar vooral met intensievere vormen van ambulante behandeling (die duurder zijn) ter vervanging van (de nog duurdere) klinische opnames. Al met al is er in de ideale situatie meer variatie in vormen van ambulante behandeling (minder en meer intensief) en is het daardoor mogelijk om beter aan te sluiten bij de individuele behoeften van een cliënt.

De laatste maanden is er in de media veel aandacht voor zogenaamde “verwarde mensen”. Ik heb hier ook eerder geblogd over de Opvang Verwarde Personen in Den Haag (zie hier: OVP). Deze aanpak wordt nu gezien als een van de oplossingen van het probleem dat verwarde personen nog te weinig in beeld zijn bij de GGz en dat de poltie er teveel tijd mee kwijt is. Een tweede oplossing die genoemd wordt is de sociaal-psychatrische verpleegkundige in de wijk (wijk-SPV). Zowel de permanente aanwezigheid van de GGz in een politiebureau (OVP) als de wijk-SPV kunnen de politie ontlasten en zullen er ook toe leiden dat de betreffende verwarde personen eerder/beter de hulp krijgen die ze nodig hebben. Maar ik vraag me af of het voldoende is en of deze oplossingen ook buiten de grote steden te realiseren zijn. Dat laatste is een kwestie van economische schaal, het eerste heeft te maken met de toekomst van de GGz.

Organiseren van toeleiding naar de GGz via OVP en/of wijk-SPV (24/7) is in een grote stad beter te regelen dan in een landelijke regio. In een grote stad zijn genoeg gevallen om binnen een beperkt geografisch gebied zo’n vorm van toeleiding rendabel op te zetten, in een landelijke regio zal of het geografische gebied te groot worden (genoeg gevallen, maar te lange aanrijdtijden) of de economische schaal te klein (redelijke aanrijdtijden, maar te weinig gevallen). Dit alles is een kwestie van geld: wat heb je er voor over?

De eerste vraag is lastiger: is het organiseren van betere toeleiding naar de GGz voldoende om het probleem rond verwarde problemen adequaat op te lossen? Beide oplossingen (OVP en wijk-SPV) kwamen aan de orde in het rondetafelgesprek over dit onderwerp in de Tweede Kamer. Voor dat gesprek en het daaropvolgende debat in de Tweede Kamer hebben veel betroken partijen ‘position papers’ gemaakt en daaruit blijkt (a) dat het een complex probleem is en (b) dat de oorzaken nog niet duidelijk zijn. Wat het extra lastig maakt is dat er begin dit jaar veel veranderd is door de decentralisatie van taken naar de gemeenten.

Ik begon dit verhaal met een plaatje dat liet zien dat er momenteel een lacune bestaat in de intensieve ambulante GGz. Ik sluit niet uit dat de verwarde personen — voor zover ze psychische aandoeningen hebben — een deel van de groep zijn die gebaat zouden zijn bij zulke intensieve ambulante GGz. Als we nu in de aanpak van verwarde personen alles zetten op het verbeteren van de toeleiding (OVP en/of wijk-SPV) maar we vergeten om de de GGz te verbeteren zoals hierboven bedoeld, dan lijkt me dat ‘water naar de zee dragen’ of ‘dweilen met de kraan open’. Aan de andere kant: als de GGz vebeterd wordt en we zorgen er ook voor dat de aansluiting met de sociale wijkteams (begeleiding) goed is, dan zou op termijn de extra inspanning in de toeleiding minder nodig kunnen worden.