Het verhalenvertellende dier

De mens probeert zijn weg te vinden in het chaotische leven door verhalen te bedenken en verhalen te vertellen. Volgens Jonathan Gottschall is de mens net zozeer een homofictus als een homosapiens. In alles ziet de mens de structuur van een verhaal:
  1. personage/protagonist +
  2. netelige positie/hindernissen die overwonnen moeten worden +
  3. (poging tot) bevrijding/bereiken doel.
Storytelling_animal

Volgens de auteur zijn verhalen oefenterrein: “where people go to practice the key skills of human social life”. Het verhaal is geen mentaal plaatje dat we tevoorschijn kunnen halen (zoals Steven Pinker denkt): als we een verhaal lezen/zien/horen, ervaren we het verhaal als de protagonist. Het verhaal is dus meer een impliciete herinnering (ervaring) dan een expliciete herinnering (mentaal model).

In zijn boek verwijst Gottschall naar een experiment van de psychologen Heider en Simmel uit 1944. Zij lieten het onderstaande filmpje zien aan 114 mensen en vroeg hen daarna wat ze zagen.
Bekijk het filmpje eerst (duurt iets meer dan 1 minuut) en probeer kort te verwoorden wat je ziet/zag.

Slecht drie mensen zagen alleen geometrische figuren over beeld bewegen (en verder niets); 111 mensen gaven meer betekenis aan wat ze zagen, in de lijn van wat Gottschall zelf beschrijft nadat hij het filmpje voor het eerst bekeek:

“The small triangle was the hero. The big triangle was the villain. And the small circle was the heroine. The small triangle and the small circle enter the screen together, like a couple, and the big triangle storms out of his house (the square). The big triangle violently butts the little guy (small triangle) out of the way and herds the protesting heroine (small circle) back into his house. The big triangle then chases the circle back and forth, trying to work her into a corner. The scene reeks of sexual menace. Eventually the flap in the big square opens, and the small circle flees outside to join the small triangle. The couple (small triangle, small circle) then zip around the screen with the big triangle in hot pursuit. Finally, the happy couple escape, and the big triangle throws a tantrum and smashes his house apart.”
De menselijke geest (“mind“) is een verhalenverteller, is altijd op zoek naar betekenissen en is dus altijd aan het interpreteren, ook al valt er niks te interpreteren. Gottschall voert een homunculus (een klein mannetje/vrouwtje in ons hoofd) op met een Sherlock Holmes Syndrome, die vanuit de feiten altijd terug redeneert op zoek naar een verklaring, ook waar er geen is. De verhalende geest (“inner Holmes”) is een resultaat van de evolutie. Het geeft de mens de mogelijkheid om het leven te ervaren als coherent, ordelijk en zinvol – en niet als toevallig, onzeker en verwarrend. Vele experimenten hebben aangetoond dat de menselijke geest houdt van verhalen en leert van verhalen, maar ook dat de menselijke geest orde en betekenis zoekt ook als die er niet is.

Naast de hierboven genoemde eerste biologische functie van verhalen (oefenen met problemen) noemt de auteur een tweede: het verbinden van mensen tot een groep/samenleving, door middel van de impliciete morele boodschap (“reïnforcing a set of common values and strengthening the ties of common culture”). Die morele boodschap gaat altijd over goed en slecht.

Het laatste hoofdstuk gaat over de toekomst van verhalen. De auteur is het niet eens met de pessimisten die het einde van het verhaal (boeken, film, TV) aankondigen. Hij ziet eerder een gevaar aan de andere kant: dat fictie het gaat winnen van de werkelijkheid (omdat het eerste leuker is dan het laatste en we niet meer willen ‘terugkeren’). Gottschall maakt een vergelijking met de natuurlijke neiging van mensen om te overeten met als resultaat obesitas als maatschappelijk probleem. Oeps!

[Bron: Gottschall, J. (2012) The Storytelling Animal – how stories make us human. New York: Mariner Books]

Zie hier Gotschall op Youtube over het boek.