
De Algemene Rekenkamer en 32 lokale rekenkamers hebben samen onderzoek gedaan naar de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) van 42 gemeenten. De uitkomsten van dit onderzoek zijn van belang omdat het CJG’s in de nieuwe jeugdzorg – na de decentralisatie – de beoogde ‘poortwachter’ is.
Enkele conclusies:
- Er is veel energie gestoken door gemeenten en partijen in het organiseren van het CJG;
- De organisatievorm verschilt sterk per gemeente;
- Er zijn meestal wel samenwerkingsafspraken gemaakt, maar de uitvoering van deze afspraken staat vaak nog in de kinderschoenen;
- Vaak is onduidelijke welke taken het CJG heeft en welke maatschappelijke effecten de gemeente met het CJG wil bereiken;
- Gemeenten hebben geen zicht op de totale kosten en uitgaven van het CJG (daardoor zijn de verschillende CJG ook niet te vergelijken);
- Het CJG is onvoldoende bekend en een instrumenten als de verwijsindex risicojongeren en gezamenlijk casusoverleg worden onvoldoende gebuikt;
- Van echte samenwerking is vaak nog geen sprake: het CJG is vaak niet meer dan een ‘bedrijfsverzamelgebouw’ waar partijen hun eigen weg blijven gaan.
De rekenkamers geven een aantal aanbevelingen (zie plaatje hierboven). Over de versterking van de sturingskracht schrijven ze het volgende:
- “Op dit moment is de regierol van gemeenten vaak inhoudelijk mager uitgewerkt, waardoor er weinig zicht is op inzet van middelen, resultaten en prestaties en op de effectiviteit van de samenwerking binnen het CJG-netwerk van hulpverleners. Dat vraagt om een duidelijke visie op het CJG en om meetbare ambities en doelstellingen. Actieve betrokkenheid van de gemeenteraad bij het bepalen van de visie en doelstellingen is belangrijk. Gemeenten zouden expliciet moeten vastleggen hoe zij de samenwerking tussen de CJG-partners willen regisseren.
- Gemeenten zouden als opdrachtgever van het CJG moeten optreden en niet zozeer als facilitator of partner. Bij het opdrachtgeverschap horen formele sturingsinstru-menten zoals de formulering van een programma van eisen, de formulering van prestatie-indicatoren, het afleggen van verantwoording (horizontaal en verticaal) en evaluatie. Hiermee kan informatiehuishouding rond het CJG worden verbeterd.
- Cliëntraadplegingen en tevredenheidsonderzoeken onder burgers vinden nog nauwelijks plaats. Het zou goed zijn om ouders en kinderen meer te betrekken bij de verdere ontwikkeling van het CJG.”
Zie ook mijn eerdere bericht over een belangrijke taak van de toekomstige poortwachter: het verdelen van de zorg.
[Bron: Algemene Rekenkamer (2012) Centra voor Jeugd en Gezin in gemeenten -- Een samenwerkingsproject met gemeentelijke rekenkamers.]
Welbeschouwd zijn de bevindingen van de algemene rekenkamer over het functioneren van de CJG’s niet zo verwonderlijk. Gezamenlijke huisvesting kan gezien worden als een belangrijke voorwaarde voor (intensieve) samenwerking, maar er komt meer bij kijken om (multidisciplinair) te kunnen samenwerken. Belangen, werkwijzen, kaders en lijntjes met de eigen werksoort en organisatie zijn vaak sterker aanwezig dan de mensen zelf beseffen. Binnen de kaders van de CJG’s zal hard gewerkt moeten worden om gezamenlijke ambities te formuleren en perspectief te creëren waar mensen en organisaties zich aan willen verbinden.