Ik ben aangekomen op pagina 31/32 van het RMO-rapport Ontzorgen en Normaliseren. De verwarring slaat een beetje toe in mijn hoofd. Met veel van wat de RMO schrijft ben ik het eens, maar de analyse deugt niet helemaal, is teveel toegeschreven naar de conclusie (dat we de jeugdzorg moeten ontzorgen en normaliseren).
Om te beginnen vraag ik me af of de analyse historisch juist is. Zo wordt het verdwijnen van de wijkzuster voor een deel toegeschreven aan de pakketmaatregelen AWBZ van een aantal jaren geleden. Toen ik begin jaren 90 van de vorige eeuw net een paar jaar bij de GGD in Amsterdam aan het werk was, werd er al gemopperd over het verdwijnen van de wijkzuster. De versnippering van de (ambulante) zorg komt denk ik vooral voort uit de verdergaande professionalisering en specialisatie. Als je medewerkers stimuleert om verder te leren en ze op een speciale cursus laat gaan, dan willen ze die kennis en kunde daarna toepassen (en dan wordt het ‘algemene werk’ minder leuk).
De conclusie van de RMO (in hoofdstuk 3) is dat de competenties/kracht van gezinnen en hun sociale omgeving worden onderbenut. Kwetsbare gezinnen komen te vroeg in de hulpverlening en krijgen te zware hulp. Dat klopt, maar het is helaas slechts het halve verhaal. De zware zorg wordt inderdaad op te lichte gevallen gezet, maar de RMO vergeet erbij te vertellen dat (daardoor?) de zware gevallen vaak zonder hulp blijven zitten. Ik heb eerder geschreven over de verkeerd gerichte zorg in de jeugd-GGz.
De laatste weken spreek ik in het kader van de Tour Zwerfjongeren (in opdracht van VWS) in verschillende steden met zwerfjongeren en hun hulpverleners. Zoals bekend hebben veel van deze jongeren een verleden in de jeugdzorg. Het beeld dat uit deze bijeenkomsten opkomt is niet dat ze te veel zorg hebben gekregen. Misschien de verkeerde, misschien te weinig, maar zeker niet teveel.
[Bron: RMO (2012) Ontzorgen en normaliseren: naar een sterke eerstelijns jeugd en gezinszorg, p.29-32]
Dag Johan, was ik maar al tot pag. 31 gekomen. Veel van die zware gevallen uit verbroken familienetwerken slokken mijn tijd op en kom ik op straat tegen. Inderdaad denk ik ook terug aan de ‘wijkverpleegster’ van vroeger en ‘de Agisman’ (toen Anova) op zijn solexje die aan huis de ziekenfondspenningen kwam innen. Toen was preventie en ketengerichte aanpak nog heel gewoon. Die woorden gebruikte je niet – het was gewoon doen! Succes met de Tour. IAls trouwe supporter blijf ik jullie volgen.