Het tweede deel van het rapport over cliëntgroepen AWBZ-begeleiding stelt me een beetje teleur. Het doel is om gemeenten een idee te geven van de mogelijkheden tot vernieuwing/innovatie. Maar ik lees niet zoveel dat echt aanzet tot vernieuwend denken.
Een voorbeeld. Voor de doelgroep Volwassenen met psychiatrische problematiek geeft bijlage 2, verdeeld over verschillende “denkrichtingen voor vernieuwing” in totaal 105 voorbeelden en suggesties. Dat is veel. Maar wat ik vooral jammer vind, is dat het voor een groot deel bekende zaken zijn, zoals: crisiskaart, maatjesprojecten, wijkteams, FACT (allemaal goede zaken, maar geen innovatie). Andere zaken zijn erg vaag, zoals: geluksbudget, zorg voor suïcide preventie, kunst en theater, zorg voor wijktafels, waarborg continuïteit.
Ik zeg niet dat het onzin is wat er in de breinstormsessies geroepen is. Maar ik vraag me wel af hoe dit een gemeente kan helpen om de transitie AWBZ vorm te geven. Het is te veel en vooral niet echt uitgewerkt. Een kritische beschouwing en filtering van ideeën was toch wel op zijn plaats geweest.
Boeiend is ook de opmerking:
“De vernieuwingsmogelijkheden kunnen soms de bestaande vormen van extramurale begeleiding vervangen of preventief werken hiervoor. Uit de innovatiesessies bleek dat in veel gevallen deze mogelijkheden alleen kunnen dienen als gedeeltelijke vervanging van en/of aanvulling op de bestaande vormen van extramurale begeleiding.” [p.12]
Hoe kan een gemeente komen tot een goede selectie van ideeën en deze vervolgens concreet vormgeven? Helaas geeft dit rapport geen antwoord op die cruciale vraag.
Ik vond het tweede overzicht Clientprofielen ook ook onvoldoende althans waar het de vg profielen betreft. Er zijn (als ik me goed herinner) 5 verschillende profielen opgenomen, terwijl een beetje vg zorginstelling er al zo’n 50 heeft, met als doel de clienten zo zorgvuldig mogelijk en goed mogelijke zorg te kunnen geven. De 5 geleverde profielen zouden bij ondeskundig gebruik door gemeenten (ambtenaren en politici) er de oorzaak van kunnen worden dat sommige kinderen en volwassenen straks tussen wal en schip terecht komen.