
Lang geleden, toen ik op de middelbare school zat, gebruikten we vaak de uitdrukking: “Ik ben niet gek, ik ben een vliegtuig.” Dat slaat natuurlijk nergens op — een verlaat effect van Monthy Python denk ik nu.
Aan deze oude uitdrukking moest ik denken bij het lezen van het rapport “Van Instituten naar Ondernemingen in de GGZ” van adviesbureau Boer en Croon. Aan de hand van voorbeelden van deregulering in andere sectoren, zoals de vliegtuigindustrie, geeft dit rapport een schets van de ‘de markt’ van de GGz in de toekomst.
Het is een dun rapport, letterlijk maar vooral ook figuurlijk. Zo wordt de markt uiteindelijk ingedeeld in vier sectoren: (1) dichtbij (2) standaardiseerbaar (3) gespecialiseerd (4) langer durend. De tweede categorie heeft de volgende drie kenmerken: hoge mate van standaardisatie, tweede lijn / op verwijzing, ambulant of poliklinisch. Als ik verder vertel dat (1) als kenmerk o.a. heeft “eerste lijn” en (3) “derde lijnsfunctie” … ziet u dan wat hier nieuw is, wat de meerwaarde van deze indeling is? Of zou het zijn dat de vernieuwing in die laatste groep zit; dat alles bij het oude blijft (1e, 2e en 3e lijn) maar dat we voor de chronische en complexe gevallen een aparte categorie maken?
[Bron: Van Instituten naar Ondernemingen in de GGZ. Boer & Croon (2011).]