
Ik wil een oude vraag oprakelen: wat is Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz)? En wat is het niet?
Recent was ik bij een interessante bijeenkomst over de OGGz in Utrecht. Daar werden o.a. een paar mooie voorbeelden van onderzoek gepresenteerd. Tijdens die bijeenkomst werd mij ook duidelijk dat sommige onderzoekers en mensen uit de praktijk de OGGz inmiddels heel breed zien: de OGGz omvat dan ongeveer de hele Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Centraal in de afbakening van de OGGz staan twee begrippen: (1) kwetsbare personen en (2) geestelijke gezondheid.
Iedereen is het er denk ik wel over eens dat de doelgroep van de OGGz bestaat uit kwetsbare personen. Maar niet alle kwetsbare personen behoren tot de doelgroep van de OGGz (dat is in ieder geval mijn opvatting, zoals ook niet elk paard een schimmel is). Een kwetsbaar persoon die we rekenen tot de doelgroep van de OGGz heeft ook problemen met zijn/haar geestelijke gezondheid.
De vervolgvraag is dan wat we rekenen tot de geestelijke gezondheid? (Gezien de uitlatingen van minister Schippers in het kader van de bezuinigingen op de GGz is dat overigens een hele actuele vraag.) Gaat het bij geestelijke gezondheid alleen over psychiatrische ziektebeelden volgens de DSM-IV, of vallen hier ook andere psychosociale problemen onder? Anders gesteld: gaan we uit van het medische model of van een breder sociaal model als we de geestelijke gezondheid proberen te definiëren (om te komen tot een afbakening van de OGGz).
In de discussie over afbakening van de OGGz is het ook van belang om een onderscheid te maken tussen de groep die volgens de definitie behoort tot de doelgroep en de bredere groep die het risico loopt om tot die groep te gaan behoren (zoals het ook van belang is onderscheid te blijven maken tussen mensen die een infectieziekte hebben en mensen die het risico lopen op een infectieziekte, of tussen mensen die het risico lopen hun baan te verliezen en mensen die echt ontslagen zijn). Zeker als er financiële belangen in het spel zijn, bestaat de neiging om de risicogroep langzaam aan onder de feitelijke doelgroep te scharen. Dat zagen we de laatste jaren bijvoorbeeld gebeuren bij de groep zwerfjongeren, die steeds breder werd (inmiddels is er een strengere definitie van VWS).
Ik denk dat een te brede definitie van de OGGz leidt tot vaag beleid en een versnipperde praktijk (en daarmee is de OGGz een gemakkelijke prooi voor bezuinigingen — maar dat terzijde).
Voor alle duidelijkheid: afbakenen van de doelgroep ontslaat hulpverleners er natuurlijk niet van om de personen waarover het uiteindelijk gaat, te helpen op alle leefdomeinen waarop ze problemen hebben (integraal, persoonsgericht, etc. etc.).
Ik ben benieuwd hoe anderen denken over de definitie van de OGGz?
>>> Plaats een reactie op deze website, of doe mee aan de discussie in de groep OGGz op Linkedin.