
De functie extramurale begeleiding van de AWBZ wordt geschrapt en daarvoor in de plaats krijgen gemeenten de taak om burgers te compenseren waar nodig, volgens de Wmo (zie ook eerder bericht).
Onderzoeksbureau HHM heeft voor het ministerie van VWS onderzocht welke mensen nu gebruik maken van AWBZ begeleiding. Per 1 januari 2010 hebben volgens het bureau HHM ruim 176.000 personen een indicatie voor AWBZ begeleiding extramuraal. Zij verdelen de totale groep in de volgende subgroepen:
41.000 ouderen met somatische of psychogeriatrische problematiek; volgens cijfers van het CIZ krijgen 30.000 ouderen individuele begeleiding en 13.000 groepsbegeleiding.
55.500 volwassenen met psychiatrische problematiek; volgens het CIZ krijgen 47.000 mensen individuele begeleiding en 19.000 groepsbegeleiding.
50.000 mensen met een verstandelijke beperking (waarvan ongeveer 40% onder de 18 jaar); volgens het CIZ krijgen 14.000 kinderen/jongeren en 27.000 volwassenen individuele begeleiding, en 14.000 kinderen/jongeren en 10.000 volwassenen groepsbegeleiding.
4.600 mensen met een zintuiglijke beperking; volgens het CIZ krijgen 4.000 mensen individuele begeleiding en 2.000 groepsbegeleiding.
25.000 mensen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte; volgens het CIZ krijgen 15.000 mensen individuele begeleiding en 14.000 groepsbegeleiding.
16.000 jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen.
HHM heeft verder gesproken met zorgaanbieders en met gemeenten over de aanstaande verandering. “Het spookbeeld van zorgaanbieders is dat een gemeente denkt de ondersteuningsbehoefte van cliënten op te kunnen vangen met vrijwilligers en/of begeleiding in groepsverband.” De ondervraagde gemeenten geven aan nog geen zicht te hebben op de cliëntgroepen en ook nog geen beeld te hebben over hoe de onsteuningsbehoefte van burgers te compenseren; zij hebben vooral veel vragen aan VWS en veel wensen over de randvoorwaarden voor de transitie.
[Bron: HHM, Verkennend onderzoek overheveling extramurale begeleiding, Enschede, 1 februari 2011.]